Op vrijdag 23 januari 2026 gaf gedeputeerde Wilma Dirken het startschot voor
realisatie van de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL) met de A59
als ruggengraat. Het is een florerende regio met circa duizend bedrijven
waaronder grote partijen als Bol.com, Efteling, Mandemakers, Van Mossel
en Van Haren. Files op de A59 remmen verdere economische groei. Het Rijk
kan hooguit een bijdrage leveren aan de aanpak. Geheel in de traditie van
Brabant en Rotterdam geen gezeur hierover maar handen uit de mouwen. Op
30 juni 2008 was minister Jacqueline Cramer op werkbezoek bij de provincie in
Den Bosch en maakte kennis met een regionaal initiatief om de A59, wonen,
werken, water, natuur en erfgoed geïntegreerd aan te pakken om zo van de
nood een deugd te maken. Met een open proces van en voor iedereen. Het
MKB was zozeer overtuigd van de noodzaak tot snelle actie dat zij hun
gemeenten Heusden en Waalwijk hebben verzocht om de OZB voor
bedrijfspanden te verhogen, op voorwaarde dat de extra inkomsten van
uiteindelijk 15 miljoen in ‘hun’ gebied worden geïnvesteerd.
Op 12 december 2012 kwam GOL in het bijzijn van minister Melanie Schultz
(thans Maas) als beste gebiedsproces uit de bus. In 2018, tien jaar na het
startschot, was de tijd rijp voor realisatie. In plaats daarvan ging de Raad van
State aan de slag met zienswijzen en nieuwe regelgeving omtrent stikstof. Alles
is tegen het licht gehouden en enkele verbeterpunten zijn verwerkt in het plan
dat in de periode 2026-2030 daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Communicatie
blijft daarbij cruciaal omdat velen nu pas echt worden geconfronteerd met
tijdelijke overlast.
Bij oplevering in 2030 is dan 22 jaar gewerkt aan de ruimtelijk geïntegreerde
verbetering van de A59, waarvan ruim driekwart in de vorm van denkwerk,
ontwerp, communicatie en procedures. Kosten richting een kwart miljard euro
waarvan circa 10% voor rekening van het Rijk. In de periode 2008-2018 zijn
meters gemaakt, in de periode 2018-2026 eerder centimeters. Toch is
samenspraak zonder tegenspraak een monoloog. Als die tegenspraak
voortkomt uit maatschappelijke betrokkenheid en de overtuiging dat het nog
beter kan is die te waarderen. Vraag is dan wel of we ons deze tijdrovende en
door inflatie ook kostbare participatie nog langer kunnen permitteren. Als
tegenspraak voortkomt uit een oprukkend collectief narcisme gericht op
instant geluk van het individu is het per definitie een onaanvaardbare
maatschappelijke kostenpost. Motieven van bezwaarmakers zijn dus minstens
zo van relevant als hun belangen.
2026.01.27 |
