In zijn roman Grand Hotel Europa (2019) schetst Ilja Leonard Pfeijfer voor
Europa een toekomstig verdienmodel dat niet veel verder reikt dan exploitatie
van het verleden in de vorm van toerisme. Een schrikbeeld voor Mario Draghi
(2024) en Peter Wennink (2025) die in beider rapporten pleiten voor forse
investeringen in infrastructuur, onderwijs en technologie alsook voor
onorthodoxe hervormingen van regelgeving en doorgeslagen democratische
besluitvorming. Kortom uit de luie stoel in de welhaast religieuze ban van de
nieuwe tulpenmanie die AI heet. Neuroloog Oliver Sacks relativeerde reeds in
1993 de groeiende belangstelling voor kunstmatige intelligentie en andere
mechanistische ideeën. Hij ging er toen vanuit dat het in de nabije toekomst
zou worden gezien als een vreemdsoortig zijpaadje aan het einde van de
twintigste eeuw. Dat thans duizenden miljarden worden ingezet om menselijke
eigenschappen te kunnen evenaren zo niet voorbij te streven zou hij betitelen
als een mondiale dwaling. In zijn overtuiging excelleren bij uitstek menselijke
hersenen in het spontane en het creatieve.
In aansluiting op genoemde denkers pleit de winnaar van de Mathieu Segers
essayprijs Youssef el Khattabi in 2025 voor bewustwording van Europa’s
grootste wapen in de mondiale strijd om macht: onderwijs, innovatie,
creativiteit en uitvindingen. Hij stelt dat de strijd om Europa niet wordt beslist
in vergaderzalen van de Europese Raad maar in klaslokalen, laboratoria en
bibliotheken. Het is een krachtig Europees verhaal in een geopolitieke storm
die over de aarde raast. Het pleidooi sluit naadloos aan bij conclusies van
omvattend onderzoek door kenniscentrum Habiforum in 2009: stop
doorgeslagen regelgeving en verlammende bemoeizucht van politici en
ambtenaren en benut de potentie van Nederland als wereldlaboratorium voor
de toekomst van op zijn minst Europa. De huidige verwarring noopt tot
scherpte in denken en doen. Het is een kans om nu eindelijk eens nieuwe
paden te bewandelen, wetende dat de platgetreden paden ons leiden naar een
uitgewoond verleden.
Afbeelding: lijfspreuk van Henk Moller Pillot
