Ditaal zijn het niet overheden die zeggen wat goed is voor boeren maar
boeren die zeggen wat goed is voor Nederland en hun gebied in het
bijzonder. Het zijn koplopers verduurzaming onder de nog circa veertig
boeren in het Beerzegebied binnen de gemeenten Bladel, Eersel en Oirschot.
Twaalf adviezen aan Rijk, provincie, waterschap, gemeenten en agrariërs.
Niet vanuit kenniskokers maar op basis van praktijkkennis opgebouwd in
generaties omgaan met bodem, water, weersomstandigheden, mensen en
natuur. Hierna advies 9 en 10.
9. Ontwerp een landschappelijk-ruimtelijk casco voor geïntegreerde
inpassing van nieuwe woningen met klare taal over mogelijkheden en
onmogelijkheden in relatie tot het bestaande karakter van het landelijke
gebied. In beleidstermen een visie: wat kan waar wel of niet met
argumenten. Goed doordacht voor de korte en de lange termijn en
gericht op mensen die zelf in staat zijn te denken en te handelen.
Nieuwkomers kiezen bewust voor een agrarische omgeving dus achteraf
geen gemekker over een geurtje of af en toe een beetje modder op
straat.
10. Faciliteer een streekmarkt voor centrale afzet van biologische
streekproducten. Goede voorbeelden zijn regionale streekmarkten in
Zuid-Europa en dichter bij huis de Markthal bij station Blaak in
Rotterdam, waar niet alleen kan worden gekocht maar ook kan worden
geproefd en genuttigd. Het zet verse topproducten steviger op de kaart,
producenten inspireren elkaar en consumenten raken overtuigd van de
meerwaarde. Een streekmarkt dan wel overdekte streekhal draagt er toe
bij dat Nederland binnen de EU het predicaat hekkensluiter voor
biologisch geproduceerde voeding sneller achter zich kan laten.
